Wettelijke natuurbescherming

Wie activiteiten uitvoert die van invloed kunnen zijn op de inheemse flora en fauna, kan met de wettelijke natuurbescherming te maken krijgen. Iedere Nederlandse staatsburger wordt geacht de wet te kennen. De belangrijkste en meest voor de hand liggende regel is de zorgplicht uit artikel 2 van de Flora- en faunawet:

  1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede hun directe leefomgeving;
  2. Deze zorg houdt in elk geval in dat men activiteiten waarvan men weet of vermoedt dat ze nadelige gevolgen voor flora en fauna hebben, moet nalaten. Als het niet anders kan, dan moet men alle maatregelen nemen om de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.

In de meeste gevallen is het de verantwoordelijkheid van mensen zelf om zich voldoende op de hoogte te stellen van eventuele nadelige gevolgen voor de flora en fauna. Een voorbeeld is het snoeien van een coniferenheg in juli. Het kan zijn dat er zich op dat moment nog een nest met eieren of jongen van de merel bevindt. Vanuit de zorgplicht zou men dan kunnen wachten met snoeien tot het nest verlaten is om verstoring van het nest te voorkomen.

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning, een bestemmingsplanwijziging en soms ook bij andere vergunningen, kan men te maken krijgen met een onderzoeksplicht. Men zal dan een ecologisch onderzoek moeten laten uitvoeren om zich op de hoogte te laten stellen van eventuele negatieve gevolgen van de voorgenomen activiteit. Dit heeft meestal het karakter van quickscan: op basis van een bezoek aan de locatie en bureauonderzoek naar de flora en fauna in de omgeving wordt een rapport opgesteld.

Regelmatig is het nodig om aanvullend onderzoek uit te voeren. Terwijl een quickscan gedurende het hele jaar kan worden uitgevoerd, zijn bepaalde plant- en diersoorten slechts in bepaald perioden van het jaar vast te stellen, volgens daartoe vastgestelde protocollen. Omdat juist deze aanvullende onderzoeken tijd kosten en gebonden zijn aan bepaalde perioden kan de quickscan het beste in een zo vroeg mogelijk stadium worden uitgevoerd, zodat vertraging wordt voorkomen.

Wanneer er nadelige gevolgen voor beschermde soorten optreden, zal een activiteitenplan moeten worden opgesteld waarin nauwkeurig omschreven wordt hoe nadelige gevolgen beperkt en ongedaan gemaakt worden. 


  De Kleine moderkruiper, een soort van helder water en een gevarieerde waterbodem   


De nieuwe Wet Natuurbescherming

De Nederlandse natuur is langs twee wettelijke sporen beschermd.

1. Het ene spoor is de gebiedsbescherming. Vanuit de Europese en nationale wetgeving is er het Natuurnetwerk Nederland (Ecologische Hoofdstructuur) met daarbinnen de Natura2000-gebieden. Op provinciaal niveau is er aanvullende bescherming van bijvoorbeeld weidevogel- en ganzenfoerageergebieden. Ook op gemeentelijke niveau kunnen natuurgebieden zijn aangewezen.

2. Het andere spoor is de soortenbescherming. Een aantal planten- en diersoorten is beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn, aangevuld met een aantal soorten die op nationaal niveau beschermd zijn. Wanneer de nieuwe Wet Natuurbescherming ingaat, verandert de lijst met beschermde soorten en kunnen er ook verschillen gaan ontstaan tussen provincies wat betreft de bescherming van soorten.

1 januari 2017 gaat de nieuwe Wet Natuurbescherming in. Deze wet voegt de Natuurbeschermingswet (gebiedsbescherming) en de Flora- en faunawet (soortenbescherming) samen. Bovendien wordt ook de huidige Boswet in deze nieuwe wet opgenomen.

Oude boslocatie