Ontwikkeling van het landschap

Het landschap ontwikkelt zich voortdurend. Soms vinden ontwikkelingen plaats in een korte tijd, maar meestal verandert het landschap over een langere periode. Natuur en ecologie zijn integraal onderdeel van dit landschap. Naar analogie van natuurbehoud en -ontwikkeling kan gesproken over landschapsbehoud en landschapsontwikkeling. Daarbij heeft het woord ontwikkeling de voorkeur, omdat het recht doet aan het dynamische karakter van natuur en landschap.

Landschapsontwikkeling is zowel een autonome ontwikkeling als het bijsturen ervan door ontwerp, inrichting en beheer van de buitenruimte. Wat betreft de ecologie ligt het accent op de niet-bebouwde ruimte, maar ook gebouwen en infrastructuur zijn van belang voor het (ecologisch) functioneren van het landschap. De ecologie en de samenhang met de sociale omgeving staan centraal.

Vanuit de ecologie is een aantal aandachtspunten te noemen voor het landschap:

-          De rol van water;

-          De rol van begrazing;

-          De rol van structuurelementen;

-          Vormgeven van grenzen;

-          Ontwikkelen van kleinschalige diversiteit.

 

Tuinen ontwikkelen

Zonder streefbeeld is elke tuin goed. Er hoeft niets aan te gebeuren. De tuin ontwikkelt zichzelf. De meeste mensen hebben wel doelen en streefbeelden voor hun tuin. Een tuin volgens Vos Ecologisch Onderzoek heeft geen statisch begin of eindbeeld, maar is in alle ontwikkelingsfasen een tuin waar het prima toeven is. Juist het feit dat de tuin zich ontwikkelt, maakt dat er altijd iets te beleven is op het gebied van planten en bloemen, insecten, vogels en andere dieren. De afwisseling van jonge en oude elementen maakt een tuin waardevol. De waarde van een tuin neemt daarom toe in de loop van de ontwikkeling. Tuinen zijn een kwestie van smaak en van de functies die men ze geeft. Daarom is het ontwerpen en ontwikkelen van tuinen altijd een coproductie met de opdrachtgever.


Smalle tuin, waarin microreliëf is aangebracht. De toplaag is zoveel mogelijk hergebruikt voor de daarin voorkomende flora en fauna, o.a. Gele weidemier. Kale delen zijn ingezaaid met inheemse bloemenmengsels. De strakke lijn van de schutting wordt doorbroken door onregelmatig geplante struiken.

 

Ontwikkeling van (natuur)gebieden

Ontwikkeling van natuurgebieden is in zekere zin een opschaling van de ontwikkeling van tuinen. Streefbeelden zijn echter veel meer natuurgericht en in plaats van één of enkele gebruikers is er sprake van een gebruikersgroep. Tussen het bereiken van natuurdoelen en de wensen van de gebruikers zijn, in tegenstelling tot een tuin, altijd tegenstrijdigheden. De schaal van natuurgebieden maakt ook dat natuurdoelen moeilijker te bereiken zijn, beperkt door de beschikbaarheid van mensen, middelen en geld. Bij de ontwikkeling van natuurgebieden speelt de omgeving een belangrijke rol. Ook de omgeving wordt daarom voor zover mogelijk meegenomen in natuurbeheerplannen. Vanwege de verwevenheid van natuur en landelijk gebied hoeft een gebied niet een natuurgebied te zijn om er een natuurplan voor te maken. Sterker nog, de gebieden die geen natuur zijn, ontberen vaak een natuurvisie, waardoor kansen blijven liggen en de natuur in het landelijk gebied nog steeds achteruitgaat.

Wandelgebied ingeklemd tussen woonwijk en industrieterrein. Gestreefd wordt naar een eenheid, waarbij ook een plantsoen zoals links op de foto in het ontwerp wordt meegenomen. Daardoor verdwijnt er een rechte, onnatuurlijke lijn. 

Landschappelijke inpassing

Bij projecten in het buitengebied kan de overheid als voorwaarde stellen dat het project landschappelijk wordt ingepast. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij de bouw van een grote schuur of de uitbreiding van een fabriek of productielocatie. Vos ecologisch onderzoek ontwerpt de landschappelijke inpassing zo, dat de ecologische waarden worden versterkt. Dit komt tot uiting in de aard van water, grondwerk, beplanting, maatregelen voor de fauna en beheer & onderhoud.

 

Mitigatie & compensatie

Vanuit de natuurwetgeving kan de overheid als voorwaarde stellen dat natuurwaarden die verloren gaan, worden gemitigeerd (verzacht) en/of gecompenseerd. Omdat dergelijke maatregelen tijd kosten, evenals het daarvoor benodigde onderzoek, wordt geadviseerd hier zo vroeg mogelijk in de planvorming al aandacht aan te besteden. Gedacht kan worden aan het inbouwen van vleermuisvoorzieningen in nieuwbouw ter vervanging van verblijfplaatsen door sloop. Ook kan gedacht worden aan het tijdig aanplanten van bomen en struiken ter vervanging van groen dat gekapt wordt. Dergelijke maatregelen dienen in de directe omgeving gerealiseerd te worden en kunnen bijvoorbeeld ook in een landschappelijke inpassing worden verwerkt.

 

De rol en plaats van cultuurhistorie

Natuurbeheer en cultuurhistorische waarden kunnen elkaar behoorlijk in de weg zitten. De cultuurhistorie wordt gekenmerkt door het onderwerpen van de natuur; natuurbeheer is er juist op gericht om natuur een eigen plaats te geven. Beide onderwerpen hoeven niet verabsoluteerd te worden. Belangrijk is dat cultuurhistorie, net als natuur, als iets dynamisch wordt gezien. Net als met natuur spelen streefbeelden en beleving een grote rol bij het beschermen van de cultuurhistorische waarden. (H)erkenning daarvan opent de weg tot een eigentijdse vormgeving die recht doet aan het verleden.