Het bureau is de plek waar alle verzamelde gegevens bij elkaar komen. Hier vindt de analyse plaats in het licht van literatuur en van wat andere deskundigen over het onderwerp te zeggen hebben. Het veld is slechts één van de gegevensbronnen, maar wel een onmisbare. Bureauonderzoek bestaat niet zonder veldonderzoek. De relatie met het specifieke onderzoeksgebied, maar ook de meer algemene veldervaring zijn essentieel bij de selectie en interpretatie van andere gegevensbronnen.


Dat begrazing tot in de 20e eeuw algemeen voorkwam, is uit het collectieve geheugen verdwenen. Om te zien hoe het kan werken, moet je naar het buitenland. Zoals hier in het New Forest, waar de pony's tot in het dorp grazen.

Een belangrijk aandachtspunt is, dat de kennis van soorten en ecosystemen een internationale dimensie heeft. Soorten die in Nederland voorkomen, komen ook elders in Europa en Azië voor. Voor veel vogels is de relatie met Afrika belangrijk als overwinteringsgebied. Wat betreft kennis van ecosystemen kan men ook heel goed kijken naar de ecosystemen in Noord-Amerika in dezelfde gematigde zone. In Nederland zet de Groene glazenmaker (libel) zijn eitjes uitsluitend af op Krabbenscheer, maar in het buitenland niet. Is de soort in Nederland dan wel zo afhankelijk van Krabbenscheer? De Laatvlieger verblijft in Nederland uitsluitend in gebouwen, maar komt in het buitenland ook in boomholten voor. Welke factoren bepalen dit gedrag? Hoe kunnen we die kennis gebruiken?


Door het ontsluiten van gebieden die voorheen ontoegankelijk waren neemt de verstoring toe. Wat is het verstoringspatroon en welke soorten hebben daar last van? Zijn de effecten acceptabel?

Het schatten van de grootte en reikwijdte van effecten en de waardering daarvan, zijn een belangrijk onderwerp van bureauonderzoek. Op welke afstand heeft een bepaalde activiteit nog effect? Wat is de aard van dat effect? Hoe grijpt het ene effect in op het andere? Hoe reageren planten- en diersoorten daarop? Binnen bepaalde marges kunnen daar uitspraken over worden gedaan. Als een effect niet goed kan worden ingeschat, of als het ingeschatte effect niet acceptabel is, kan nader veldonderzoek gedaan worden om tot een specifieker antwoord op de onderzoeksvraag te komen.