Heischrale graslanden (03-01-2012)
Hotspots van zeldzame soorten
In 2010 en 2011 zijn enkele heischrale graslanden langs het spoor geinventariseerd. De waarde ervan is op tijd erkend en tot nog toe kon het beheer met overheidsgeld worden uitgevoerd. De toestand waarin deze snippers verkeren hangt in belangrijke mate samen met het landgebruik in de omgeving. Luchtvervuiling en ontwatering zijn de belangrijkste oorzaken van achteruitgang. Bovendien is begrazing in de meeste gevallen geen optie voor het beheer vanuit praktisch oogpunt, terwijl het ontstaan en de instandhouding van dit vegetatietype juist sterk samenhangt met begrazing.
De zeldzaamheid hangt samen met de kleine oppervlaktes heischrale graslanden die in Nederland zijn overgebleven. Dit vegetatietype komt nog tussen heide voor en in overhoekjes in het agrarisch gebied. Vroeger besloegen heischrale graslanden een enorme oppervlakte. Ze kwamen o.a. voor in de overgangen van heide naar beekdalen, op plaatsen waar begrazing door vee voldoende intensief was om de heide terug te dringen. Deze gronden bleken bij de ontginning aantrekkelijker als agrarisch land en om bos te planten dan de echte heidegebieden.
Valkruid
Blauwe knoop met Icarusblauwtje
Hondsrug (02-01-2012)
De Hondsrug heeft een hoge natuurwaarde, niet alleen lokaal maar ook regionaal.De stuwwal loopt vanaf Emmen tot aan de Grote markt in Groningen. De lopers van de 4 mijl van Haren naar Groningen merken dat ze vlak voor de finish nog moeten stijgen in de Herestraat. Het hoogste punt van Drenthe ligt bij Emmen op de Hondsrug. Water dat vanaf de stuwwal zowel over als onder grond afstroomt, voedt de beekdalen van de Hunze in het noordoosten en de Drentse Aa in het zuidwesten. Deze waterbewegingen geven de beken hun hoge natuurwaarden.
De Hondsrug bij Annen. Hier is in 2011 een ecologische quickscan uitgevoerd in het kader van de sloop en nieuwbouw van een woning.
In 2011 en 2012 werken Tonckens Ecologie en Vos Ecologisch Onderzoek samen voor het Comite Regio Groningen-Haren om de natuurwaarden van het gebied tussen Groningen en Haren (het "Tussengebied") in kaart te brengen. Dit gebied heeft een groen karakter met veel oorspronkelijke natuurlijke en cultuurhistorische elementen. Deze zijn opgenomen in de huidige landschappelijke structuur, met allerlei instituten, sportvelden, etc. Tien jaar geleden dreigde er de aanleg van een snelweg dwars door het gebied, die met succes is bestreden. Tegenwoordig is woningbouw de belangrijkste bedreiging. Allerlei functies verdwijnen, zoals het Biologisch Centrum van de RUG, sportvelden, etc. Hierdoor komen gronden beschikbaar voor projectontwikkelaars. Hoewel er landschappelijke plannen liggen die de unieke waarden van het gebied moeten beschermen door randvoorwaarden te stellen, blijken in de praktijk vooral aantallen woningen te tellen. Hierdoor dreigt het Tussengebied zijn groene karakter te verliezen. Met de inventarisatie wil het Comite de natuurlijke waarden van het gebied opnieuw onder de aandacht brengen van de gemeente, bewoners en gebruikers van het gebied, om de toekomst ervan veilig te stellen.
De Bosaardbei, een soort van de Rode Lijst. Deze is in 2011 bij een ecologische quickscan aangetroffen in het openbaar groen van Zuidlaren. Het is een soort die thuishoort op de Hondsrug, maar die op deze plaats door uitplanten terecht zou kunnen zijn gekomen.
De Hondsrug is ook een belangrijk gebied voor bijzondere amfibieen en reptielen. De Kamsalamander en de Knoflookpad komen op de zuidelijke Hondsrug voor. De Hazelworm en de Zandhagedis komen verspreid op de Hondsrug voor (WARD 2010). De provinciale weg N34 versnippert verschillende (potentiele) leefgebieden. Onder deze weg liggen faunatunnels, maar voor reptielen en amfibieen zijn ze weinig geschikt.
Broedvogelmonitoring Marnewaard (02-01-2012)
Op de terreinen van defensie zijn vaak hoge natuurwaarden aanwezig.In het voorjaar van 2011 zijn de broedvogels van de schietbaan in de Marnewaard (Lauwersmeer, Groningen) in kaart gebracht in het kader van meerjarige monitoring. Het totale terrein bestond uit open graslanden, plassen en sloten en bos.
Op de graslanden zijn elk jaar veel weidevogels aanwezig, met name Kievit, maar ook Tureluur en Veldleeuwerik. De beheerder verzekerde me van tevoren dat de weidevogels er wel zijn, maar dat geen enkel broedsel slaagt. Vanuit de schiettoren kan hij de legsels opzoeken. Dit voorjaar vonden we alleen een scholeksterlegsel. Op een gegeven moment waren alle kieviten weg. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de droogte en de verstoring door predatoren. Door de droogte kwam de vegetatie op het zandige terrein nauwelijks op gang en was de voedselbeschikbaarheid waarschijnlijk aan de lage kant. Rond de baan broedde een paar Buizerd en tenminste 1 paar Zwarte kraai. Verder waren Vos en kleine marterachtigen veel aanwezig (veel sporen). De beheerder noemt ook verwilderde katten als verstoring.
Maar ook het schieten zelf heeft zijn prijs. Wat vaak gewenning genoemd wordt, kan vanuit dierecologisch perspectief gezien worden als een afweging van kosten en baten. Zolang deze balans positief uitpakt, zullen weidevogels er blijven komen. Maar doordat de kosten al hoog zijn, kan elke extra kostenpost (droogte, predatoren) de balans doen omslaan. De BMP-methode vertekent als vogels het blijven proberen, hoewel de meeste legsels mislukken. Gedrags- en populatieonderzoek kunnen inzicht geven wat voor soort kieviten het op de baan proberen (bijvoorbeeld honkvaste of jonge onervaren paren) en waarom legsels niet slagen.
Opmerkelijk zijn ook de aangeplante bossen ten opzichte van de spontaan begroeide gebiedsdelen. De jonge bossen zijn arm aan structuurvariatie, maar hebben al wel hoogte bereikt. De spontaan begroeide gebiedsdelen zijn rijk aan struwelen, afgewisseld met rietveldjes en wat hogere bomen. Deze verschillen komen tot uiting in de broedvogelbevolking. De jonge bossen hebben relatief weinig soorten, die algemeen voorkomen. In de struwelen komen allerlei zeldzame soorten voor, waarmee het Lauwersmeergebied zijn waarde als natuurgebied bewijst.