Bescherming van de Huismus (05-03-2012)
De neergang van een doodgewone vogelNesten van de Huismus zijn jaarrond beschermd. Bij de sloop van woningen en gebouwen is men verplicht onderzoek te doen naar de aanwezigheid van nesten van de Huismus. Indien aanwezig, dienen deze nesten gecompenseerd te worden.
De populatie van de huismus is tussen 1990 en 2000 bijna gehalveerd. Na 2000 is de stand gestabiliseerd. Eén van de maatregelen om een verdere teruggang tegen te gaan, is het beschermen van de bestaande nestgelegenheid.
Het creëren van nieuwe nestgelegenheid wordt aan het particulier initiatief over gelaten. Het zou een hoop schelen als architecten en projectontwikkelaars standaard nestgelegenheid creëren in nieuwe gebouwen. Daarmee zijn ze compensatieverplichtingen voor en wordt soortbescherming positief benaderd in plaats van door dwingende regels.
In Nederland wordt maar weinig onderzoek gedaan naar de Huismus. Onderzoeker René Oosterhuis ringt huismussen in Groningen en Noord-Drenthe. Uit voorlopige resultaten blijkt dat de overleving van volwassen vogels in het landelijk gebied hoger is dan in stedelijk gebied. Dit kan goed verklaard worden uit de voedselbeschikbaarheid. In het landelijk gebied zijn veel meer insecten die nodig zijn om de jongen te voeren. In het stedelijk gebied kost het de huismussen teveel tijd en inspanning, waardoor ze een hoger sterfrisico lopen.
Broedvogelmonitoring Marnewaard (02-01-2012)
Op de terreinen van defensie zijn vaak hoge natuurwaarden aanwezig.In het voorjaar van 2011 zijn de broedvogels van de schietbaan in de Marnewaard (Lauwersmeer, Groningen) in kaart gebracht in het kader van meerjarige monitoring. Het totale terrein bestond uit open graslanden, plassen en sloten en bos.
Op de graslanden zijn elk jaar veel weidevogels aanwezig, met name Kievit, maar ook Tureluur en Veldleeuwerik. De beheerder verzekerde me van tevoren dat de weidevogels er wel zijn, maar dat geen enkel broedsel slaagt. Vanuit de schiettoren kan hij de legsels opzoeken. Dit voorjaar vonden we alleen een scholeksterlegsel. Op een gegeven moment waren alle kieviten weg. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de droogte en de verstoring door predatoren. Door de droogte kwam de vegetatie op het zandige terrein nauwelijks op gang en was de voedselbeschikbaarheid waarschijnlijk aan de lage kant. Rond de baan broedde een paar Buizerd en tenminste 1 paar Zwarte kraai. Verder waren Vos en kleine marterachtigen veel aanwezig (veel sporen). De beheerder noemt ook verwilderde katten als verstoring.
Maar ook het schieten zelf heeft zijn prijs. Wat vaak gewenning genoemd wordt, kan vanuit dierecologisch perspectief gezien worden als een afweging van kosten en baten. Zolang deze balans positief uitpakt, zullen weidevogels er blijven komen. Maar doordat de kosten al hoog zijn, kan elke extra kostenpost (droogte, predatoren) de balans doen omslaan. De BMP-methode vertekent als vogels het blijven proberen, hoewel de meeste legsels mislukken. Gedrags- en populatieonderzoek kunnen inzicht geven wat voor soort kieviten het op de baan proberen (bijvoorbeeld honkvaste of jonge onervaren paren) en waarom legsels niet slagen.
Opmerkelijk zijn ook de aangeplante bossen ten opzichte van de spontaan begroeide gebiedsdelen. De jonge bossen zijn arm aan structuurvariatie, maar hebben al wel hoogte bereikt. De spontaan begroeide gebiedsdelen zijn rijk aan struwelen, afgewisseld met rietveldjes en wat hogere bomen. Deze verschillen komen tot uiting in de broedvogelbevolking. De jonge bossen hebben relatief weinig soorten, die algemeen voorkomen. In de struwelen komen allerlei zeldzame soorten voor, waarmee het Lauwersmeergebied zijn waarde als natuurgebied bewijst.
Sloop en kap: tijdig onderzoek (02-01-2011)
In het kader van de omgevingsvergunning wordt vaak aangegeven dat onderzoek naar vleermuizen nodig is.Dit is met name het geval als er gebouwen gesloopt worden en bomen worden gekapt. Vos Ecologisch Onderzoek voert in zo'n geval altijd eerst een ecologische quickscan uit. Hoewel de nadruk ligt op vleermuizen, zijn ook andere soortgroepen van belang. Naast vleermuizen zijn ook vogels relevant. Ook de Steenmarter is een beschermde soort die in gebouwen kan worden aangetroffen.
Vogelsoorten die broeden in en op gebouwen, zijn bijvoorbeeld de Huismus, Ringmus, Spreeuw, Witte kwikstaart, Zwarte roodstaart, Kauw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Kerkuil en Steenuil. Zoogdieren die huizen opzoeken, zijn muizen, ratten, vleermuizen en marterachtigen. Amfibieën kunnen zich onder muren en vloeren verschuilen. Tenslotte zijn er allerlei ongewervelde dieren die in gebouwen leven of schuilen. In sommige gevallen zijn ook plantensoorten van belang, als het gaat om bijzondere muurflora.
Oude gebouwen bieden vaak allerlei bijzondere leefomstandigheden voor dieren. Nieuwe gebouwen zijn vaak te steriel, ontoegankelijk of door de keuze van materialen minder geschikt voor dieren. Bij nieuwbouw zouden eigenlijk standaard maatregelen voor dieren genomen moeten worden, bijvoorbeeld door het geschikt maken van daken voor vogels, toegang tot de spouw voor vleermuizen of speciale vleermuisvoorzieningen, beschutte plekken voor boerenzwaluwen, etc.
Om de betekenis van een woning voor vleermuizen vast te stellen, is onderzoek nodig in de voorzomer en in het najaar. In het broedseizoen mag niet gesloopt worden, tenzij vaststaat dat er geen broedvogels in het gebouw aanwezig zijn. Als de Steenmarter er zijn vaste verblijf heeft, is een ontheffing nodig. Bijzondere soorten amfibieën kunnen ook nader onderzoek of ontheffing vereisen. De aanwezigheid van diersoorten in gebouwen kan leiden tot tijdrovende procedures. Wie met een toets voor de Flora- en fauna wacht tot het moment dat een sloopvergunning aangevraagd wordt, kan maanden vertraging oplopen.
In 2011 heeft Vos Ecologisch Onderzoek ecologische quickscans in combinatie met vleermuisobservaties gedaan in Adorp, Annen, Benneveld en Warffum. In Groningen, Heerde en Wolvega was het na de quickscan nodig om aanvullend onderzoek te doen en mitigerende maatregelen te nemen. In Heerde is samengewerkt met Modderman Flora & Fauna (vleermuisspecialist), vanwege de aanwezigheid van bijzondere vleermuissoorten. Daar werd de Franjestaart vastgesteld, foeragerend langs de sprengenbeken.
De vos vogelvrij en zondebok (12-12-2009)
De vos: vrijwel onbeperkt jagen op een beschermde diersoort.Op de ledenvergadering van de Zoogdiervereniging werd de documentaire ‘Rotvos’ vertoond. Om een indruk te krijgen hoe tegenstrijdig natuurbeschermers in Nederland opereren, is de documentaire een absolute aanrader. Hij is bekroond met een Gouden Kalf.
In het halfuurtje discussie dat volgde op de documentaire, gaf vossenonderzoeker Jaap Mulder aan dat vossenjacht in sommige gevallen schade aan weidevogels zou kunnen beperken, mits er vlak vóór of in het broedseizoen gejaagd zou worden. Het gaat om maatwerk: schieten in het hele land en vooral in december heeft geen effect en zorgt voor onnodig dierenleed. Hoewel de vos een beschermde diersoort in de Flora- en faunawet is, kan er in Nederland vrijwel onbeperkt op gejaagd worden.
Van de Zoogdiervereniging mag verwacht worden dat ze zich uitspreekt vóór de bescherming van de vos. Maar het halfuurtje werd volgepraat over weidevogelbescherming en er was verdeeldheid over de acceptatie van vossenjacht als beheermaatregel. Wat betreft weidevogelbescherming: feit is dat de vos maar één van de vele bedreigingen is. Verder bestaan er alternatieven voor vossenjacht, zoals bijvoorbeeld het aanbrengen van stroomraster (www.groningerlandschap.nl). Een club die zich wel duidelijk uitspreekt voor bescherming van de vos is de Faunabescherming.
De vos was in 2009 vaker in het nieuws. In maart werden vossen ontdekt op Vlieland. Daarvan zijn er inmiddels 3 doodgeschoten, 2 met strik gevangen en er loopt waarschijnlijk nog één vrij rond (Leeuwarder Courant 7 december 2009, www.zoogdiervereniging.nl). Ook op Texel is mogelijk een vos aanwezig (Texelse Courant 18/19 november 2009, www.zoogdiervereniging.nl). Er wordt beweerd dat de vos van nature niet thuishoort op de wadden. Inderdaad zijn de Waddeneilanden moeilijk te koloniseren, omdat het wad breed is en er geulen overgestoken moeten worden. Er ligt niet vaak ijs. De eilandfauna bestaat echter niet alleen uit vogels maar uit veel meer (zoog)dieren die er ooit lopend of zwemmend zijn gekomen. De vos is er waarschijnlijk uigestorven.
Het Nederlandse landschap is begaanbaar, toegankelijk en overzichtelijk voor een vos die ’s nachts kilometers loopt. Veel plaatsen waar prooidieren leven, zijn eenvoudig toegankelijk. In het verarmde cultuur- en natuurlandschap zijn dieren waarschijnlijk langer uit hun dekking om voedsel te verzamelen, waardoor de kans groter is dat roofdieren ze pakken. Met name de oude cultuurvolgers als Hamster, Korhoen en weidevogels zijn de klos. De landschappen waarin zij leven, zijn geleidelijk veranderd van kleinschalig en veelvormig naar grootschalig en eentonig en van grotendeels nat en ontoegankelijk tot droog en eenvormig.