Ter zake deskundige (19-01-2012)

Vanuit de natuurwetgeving wordt gevraagd om een ter zake deskundige
Men voldoet aan deze eis als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- men heeft op HBO, dan wel universitair niveau een opleiding genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie;
- men is als ecoloog werkzaam voor een ecologisch adviesbureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB);
- men zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van soortenbescherming en is aangesloten bij de daarvoor in Nederland bestaande organisaties.

Alle ecologische quickscans worden uitgevoerd door Peter Vos. Hij heeft biologie gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen, met als specialisatie plantenecologie.
Ongeveer anderhalf jaar heeft hij gewerkt bij een bureau dat aangesloten is bij het NGB. Hij is bekend met en onderschrijft de kwaliteitseisen van het NGB.
Wat betreft soortenbescherming wordt in 2012 onder de vlag van SOVON een broedvogelinventarisatie uitgevoerd (BMP-B) en worden al enkele jaren watervogels geteld. Voor de Zoogdiervereniging (VZZ) is de afgelopen jaren deelgenomen aan braakbalmonitoring.

Door cursussen en inventarisaties is veldervaring opgedaan met de soortgroepen amfibieën en vissen (schepnetvissen) en vleermuisonderzoek. Dit is voldoende voor quickscans en een deel van de aanvullende onderzoeken. Voor specifieke deskundigheid op dit gebied wordt samengewerkt met andere ecologen, voor vleermuizen bijvoorbeeld met Modderman Flora en Fauna.



Sloop en kap: tijdig onderzoek (02-01-2011)

In het kader van de omgevingsvergunning wordt vaak aangegeven dat onderzoek naar vleermuizen nodig is.
Dit is met name het geval als er gebouwen gesloopt worden en bomen worden gekapt. Vos Ecologisch Onderzoek voert in zo'n geval altijd eerst een ecologische quickscan uit. Hoewel de nadruk ligt op vleermuizen, zijn ook andere soortgroepen van belang. Naast vleermuizen zijn ook vogels relevant. Ook de Steenmarter is een beschermde soort die in gebouwen kan worden aangetroffen.

Vogelsoorten die broeden in en op gebouwen, zijn bijvoorbeeld de Huismus, Ringmus, Spreeuw, Witte kwikstaart, Zwarte roodstaart, Kauw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Kerkuil en Steenuil. Zoogdieren die huizen opzoeken, zijn muizen, ratten, vleermuizen en marterachtigen. Amfibieën kunnen zich onder muren en vloeren verschuilen. Tenslotte zijn er allerlei ongewervelde dieren die in gebouwen leven of schuilen. In sommige gevallen zijn ook plantensoorten van belang, als het gaat om bijzondere muurflora.

Oude gebouwen bieden vaak allerlei bijzondere leefomstandigheden voor dieren. Nieuwe gebouwen zijn vaak te steriel, ontoegankelijk of door de keuze van materialen minder geschikt voor dieren. Bij nieuwbouw zouden eigenlijk standaard maatregelen voor dieren genomen moeten worden, bijvoorbeeld door het geschikt maken van daken voor vogels, toegang tot de spouw voor vleermuizen of speciale vleermuisvoorzieningen, beschutte plekken voor boerenzwaluwen, etc.

Om de betekenis van een woning voor vleermuizen vast te stellen, is onderzoek nodig in de voorzomer en in het najaar. In het broedseizoen mag niet gesloopt worden, tenzij vaststaat dat er geen broedvogels in het gebouw aanwezig zijn. Als de Steenmarter er zijn vaste verblijf heeft, is een ontheffing nodig. Bijzondere soorten amfibieën kunnen ook nader onderzoek of ontheffing vereisen. De aanwezigheid van diersoorten in gebouwen kan leiden tot tijdrovende procedures. Wie met een toets voor de Flora- en fauna wacht tot het moment dat een sloopvergunning aangevraagd wordt, kan maanden vertraging oplopen.

In 2011 heeft Vos Ecologisch Onderzoek ecologische quickscans in combinatie met vleermuisobservaties gedaan in Adorp, Annen, Benneveld en Warffum. In Groningen, Heerde en Wolvega was het na de quickscan nodig om aanvullend onderzoek te doen en mitigerende maatregelen te nemen. In Heerde is samengewerkt met Modderman Flora & Fauna (vleermuisspecialist), vanwege de aanwezigheid van bijzondere vleermuissoorten. Daar werd de Franjestaart vastgesteld, foeragerend langs de sprengenbeken. 



Gebiedsbescherming (18-02-2008)

Bouwen in de EHS

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een aaneenschakeling van natuurgebieden. Doelen zijn het opheffen van versnippering en het uitbreiden van de oppervlakte natuur. Versnippering is één van de grootste problemen van de Nederlandse natuur. Versnippering betekent dat versnipperde natuur veel meer last heeft van randeffecten dan een aaneengesloten natuurgebied van gelijke oppervlakte. Randeffecten zijn bijvoorbeeld vermesting en ontwatering waardoor de plantengroei in waarde afneemt.

Versnippering betekent ook dat planten en dieren stukjes onaantrekkelijk of gevaarlijk terrein moeten oversteken om in een ander stukje leefgebied te moeten komen. Waar oversteken niet of onvoldoende lukt, treedt inteelt op en kunnen planten- en diersoorten uitsterven als gevolg van toevallige factoren als bijvoorbeeld een slechte zomer. In een groot gebied zijn altijd wel individuen die overleven, in een natuursnippertje ontbreekt de maat daarvoor.

De Ecologische hoofdstructuur is een concept dat door beleidsmakers snel opgepakt is. Wel ontbreekt bij beleidsmakers soms het besef dat verbinden niet genoeg is, maar dat ook de verbindingen zelf voldoende kwaliteit moeten hebben. In 2015 moeten alle gronden voor de EHS aangekocht zijn. In 2018 moet de EHS ingericht zijn. Met het huidige tempo is dat niet haalbaar. Terwijl bijvoorbeeld voor woningbouw onteigening wordt toegepast, krijgt de EHS niet die prioriteit. Ondertussen hebben eigenaars wel te rekenen met de beperkingen die de EHS stelt.

De EHS is een hoofdstructuur. Het concept dat natuur baat heeft bij verbindingen, net als mensen baat hebben bij wegen, kan overal toegepast worden. Wanneer zulke principes tussen de oren zitten, hoeft er ook geen gebruik meer gemaakt te worden van rigide instrumenten als de Flora en faunawet. Ontwerp volgens landschappelijke en ecologische principes houdt in dat soorten zich eenvoudig kunnen hervestigen als op bepaalde plekken het leefgebied verdwijnt.

De EHS blijkt vaak nog onvoldoende bekend te zijn bij gemeenten, bedrijven en publiek. Hij is een behoorlijk obstakel als je daarbinnen iets wil doen. De EHS ligt meestal op plekken die het laatst of het minst in cultuur zijn gebracht en waar de natuurlijke waarden of processen nog aanwezig zijn. Wanneer je iets van natuurwaarde tegenkomt, zou je moeten weten dat je daar niet zomaar kunt bouwen, ook al ben je de eigenaar. Wat dat betreft is het vreemd dat er nog steeds mensen zijn die verbaasd zijn dat ze teruggefloten worden als ze iets van de EHS willen afhalen. De ligging van de EHS is meestal eenvoudig te vinden op de website van de provincie.