Stroomdalflora en begrazing (07-07-2014)

Op rivierduinen en zandige dijken kunnen bloemrijke graslanden voorkomen.
In de zomer van 2011 is de flora geïnventariseerd van enkele dijken in het dal van de Vecht.  De vegetatie van de dijken bestaat uit droge graslanden op zandgrond, maar er zijn allerlei overgangen naar glanshaverhooiland. Vaak bestaat de voet van de dijk uit glanshaverruigte, omdat deze nauwelijks gemaaid wordt. Noordhellingen zijn vochtiger, waardoor glanshaverhooiland meer kans krijgt. Een bredere dijk kent door zijn massa en dwarsprofiel minder uitspoeling en verdroging en heeft een minder gunstig microklimaat, waardoor glanshaverhooiland vaker de plaats inneemt van droog grasland. Naar de Vecht toe neemt het aandeel soorten van glanshaverhooiland toe. Slechts op een deel van de  dijken vindt begrazing door schapen plaats. Deze begrazing heeft een intensief karakter waarbij in korte tijd de gehele vegetatie wordt opgegeten. De rest van de dijken wordt gemaaid.

Steenanjer, kenmerkend voor het dal van de Vecht

Het dal van de Vecht staat bekend om zijn stroomdalflora. Het gaat om plantensoorten die min of meer aan het rivierengebied gebonden zijn. Op de rivierduinen langs de Vecht kwam de associatie van Schapengras en Tijm veel voor. In het dal van de Vecht komt daarin de Steenanjer voor. Het Junner koeland nabij Ommen is een voorbeeld van een rivierduinencomplex waar deze plantengemeenschap nog gevonden kan worden. De dynamiek van overstroming en sedimentatie die bij een natuurlijke rivier horen, is bepalend voor de vitaliteit van de populaties van stroomdalsoorten. Waar deze dynamiek weer deels hersteld wordt, zoals in de Gelderse poort bij Arnhem, blijken stroomdalsoorten te profiteren. Extensieve begrazing zorgt voor aanvullende dynamiek.

De overstromingsdynamiek in het dal van de Vecht is grotendeels verdwenen. Voor de vestiging van stroomdalplanten is met name vers afgezet sediment van belang. Op de dijken langs de Vecht en zijn zijtakken heeft een deel van de stroomdalflora zich kunnen vestigen. Zolang deze dijken voedselarm zijn, zullen jonge planten zich eenvoudig op open plekken kunnen kiemen. Door uitspoeling en luchtverontreiniging dreigen de dijken wel te verzuren. Door bemesting door grazers wordt de bodem gebufferd. Bovendien kunnen stroomdalplanten via de grazers over een groter gebied worden verspreid.

Langs de geïnventariseerde dijken werden nauwelijks stroomdalsoorten gevonden. Op een plaats waar een rivierduin is doorgraven was aan weerszijden een vegetatie van Zandzegge en Echt walstro aanwezig. Op een andere plek werd Knolboterbloem gevonden. Grote tijm, Steenanjer, Echt walstro, Kleine leeuwentand en Lange ereprijs waren op enkele plaatsen aanwezig.
Begrazing op de dijken zou een meer extensief en jaarrond karakter moeten hebben. Hoe groter het begraasde gebied, hoe beter. Daarbij moeten ook droge ruigtes kunnen ontstaan, waarvan een soort als de Lange ereprijs profiteert. Dit is ook van belang voor allerlei dieren. Voor begrazing hebben de koeien de voorkeur, vanwege de dynamiek. Dynamiek op de dijken botst echter met veiligheidscriteria waarbij een compacte zode gewenst is. Extensieve schapenbegrazing, aangevuld met maaien heeft als alternatief de voorkeur boven een hooilandbeheer.



Vijvers met Krabbenscheer en Waterdrieblad (01-01-2010)

Beschermen van verlandingsvegetaties in Vries.
Deze winter wordt een zestal vijvers gebaggerd in de woonwijk de Fledders in Vries. Voorafgaand heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden. De waterkwaliteit in de vijvers is bijzonder. De vijvers zijn namelijk gegraven in de zandrug waarop Vries ligt. De vijvers verschillen in de mate van regenwater- en grondwaterinvloed en bemesting door watervogels en bladval.

Een van de vijvers bestaat uit een breed deel vol slib, blauwalg, enkele waterlelies en wat lisdodde langs de oever, maar loopt uit in een smalle uitloper die helemaal verland is, met Waterdrieblad, Wateraardbei, Snavelzegge en een enkele Slangenwortel. Deze soorten duiden op het mengen van regenwater en grondwater. Bemesting door watervogels en bladval kan in mindere mate positief zijn voor de waterkwaliteit, maar de grote populatie soepganzen en soepeenden en de bladval en beschaduwing door de bomen op de oevers werken hier negatief uit. De baggerwerkzaamheden zullen de waterkwaliteit positief beïnvloeden.

Een andere, rechthoekige vijver is voor een groot deel gevuld met Krabbenscheer en daartussen een enkele Grote boterbloem. Naar het zuiden toe neemt de vitaliteit van de Krabbenscheer af en aan de zuidkant resteert nog een ondiep water met een dikke laag slib en Klein kroos. Ook hier zal baggeren een positief effect hebben op de waterkwaliteit. De Krabbenscheer is in Nederland de belangrijkste plant voor de Groene glazenmaker (libel) om eitjes op af te zetten. De locatie lijkt erg geschikt, maar tot nu toe is daar nog geen populatie aanwezig. Bij het baggeren zal een deel van de Krabbenscheervegetatie worden ontzien, zodat deze soort zich weer snel kan uitbreiden.

Een derde, min of meer ovale vijver is rijk aan drijfbladplanten en ondergedoken waterplanten. Langs de oever is een metersbrede zone van Groot blaasjeskruid, die geel bloeit, en de Watergentiaan bloeit over het gehele oppervlak, ook met gele bloemen. Andere drijfbladplanten zijn Kikkerbeet en Gele plomp. Ook drijven op krabbenscheerplanten op een aantal plaatsen in het water. Onder water groeien Smalle waterpest, Kransvederkruid en Waterviolier. Tekenen van eutrofiering in deze vijver bestaan uit plukken flab, vrij drijvende algen die bij een verdere verslechtering van de waterkwaliteit alles kunnen bedekken.

Veel soorten in deze vijvers kunnen afkomstig zijn uit tuinvijvers, hierop wijst ook de aanwezigheid van Parelvederkruid en Moerashyacint. De vijvers zijn echter ook het bewijs dat nieuwe standplaatsen voor beschermde en bedreigde soorten te ontwikkelen zijn, mits de abiotische uitgangsomstandigheden goed zijn en de soorten die plaatsen ook kunnen bereiken



Amfibieën en bosomvorming (08-04-2008)

Amfibieën en bosomvorming

Op het Herperduin heeft bosomvorming plaatsgevonden. Voor werkzaamheden in het kader van bosbeheer geldt de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer. Als gevolg van protesten is de bosomvorming stilgelegd. Na een jaar is besloten tot opruimen van liggende stammen om het publiek tegemoet te komen. De opruimwerkzaamheden vallen niet onder bosbeheer en daarom moet er nu ontheffing aangevraagd worden in verband met de aanwezigheid van de kamsalamander. Een situatie moeilijk te begrijpen is voor het publiek: "ze mogen wel ons bos slopen, maar nu ze dat ongedaan maken mag het niet vanwege de Flora en faunawet". Gelukkig was een fasering mogelijk, omdat de kamsalamander niet overal in het op te ruimen gebied voorkwam. De eerste fase van het opruimen is deze week waarschijnlijk klaar. De tweede fase waarvoor ontheffing nodig is, vindt naar verwachting in het najaar plaats.



Beheer gericht op amfibieën en reptielen (30-04-2007)

Met kleine ingrepen amfibieën en reptielen eenvoudig helpen


Vos Ecologisch Onderzoek werkt aan het beheer gericht op reptielen en amfibieen. Bij het beheer van gebieden wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met reptielen en amfibieen. Zo pakten maatregelen gericht op de vegetatie vaak slecht uit voor deze diergroep. Met grootschalig plaggen verdween het leefgebied of door het ineens opzetten van de waterstand in de winter verdronken reptielen en amfibieen simpelweg. Wat geschikt leefgebied is voor deze diergroep is het vaak ook voor andere diergroepen. Dus liften andere diergroepen mee op maatregelen voor amfibieen en reptielen.



Vos Ecologisch Onderzoek heeft in april deelgenomen aan een cursus van RAVON over deze materie. In de zomer heeft Vos Ecologisch Onderzoek een aantal kansen en knelpunten geinventariseerdvoor amfibieën in het Westerkwartier (gebied) ten westen van Groningen.