Wintertelling (21-02-2012)
Wintervogels van Altena
De winterperiode is een moeilijke periode voor planten en dieren. Veel planten en dieren gaan in winterrust. Veel vogels trekken weg. Andere vogels komen juist overwinteren.
In het gebied rond Altena en Lieveren (Noord-Drenthe) is half januari 2012 een wintertelling uitgevoerd. Op de fiets werd de presentie van vogels per kilometerhok in kaart gebracht. Totaal is een gebied van ongeveer 1700 ha in kaart gebracht. Het zonnige weer was gunstig voor de zichtbaarheid, maar de temperatuur, net boven 0, werkte waarschijnlijk negatief uit voor de activiteit van soorten als de Winterkoning. Ook gedurende de dag is de vogelactiviteit aan verandering onderhevig, waardoor de waarneming wordt beïnvloed.
De wintervogeltop-10 in volgorde van presentie per kilometerhok:
Pimpelmees
Buizerd
Zwarte Kraai
Huismus
Koolmees
Merel
Roodborst
Gaai
Geelgors
Houtduif
Totaal werden 42 soorten genoteerd. Opvallend is dat wintergasten als Kramsvogel, Koperwiek, Keep en Sijs nagenoeg ontbreken. Begin februari met koud winterweer werden deze soorten juist weer meer waargenomen.
Het gebied is arm aan watervogels. Er waren tijdens de wintertelling enkele Knobbelzwaanfamilies aanwezig. Verder werden Stormmeeuw, Aalscholver, Blauwe Reiger, Dodaars, Ooievaar, Wilde eend, Smient, Wintertaling, Nijlgans en Toendrarietgans waargenomen.
Tijdens de ijsperiode begin februari was er steeds minder open water. Alleen in het (natuurlijk) meanderende deel van het Lieversediep waren nog wakken open, vooral met Wilde eend/Soepeend, maar ook Kuifeend, Grote zaagbek en IJsvogel lieten zich er zien. Bij het open water bij de twee vistrappen werden geen watervogels waargenomen. Ook in sommige slootjes was er als gevolg van grondwaterstroming nog water, wat genoeg was voor Wilde eend. Alternatieven als er geen stromend water is, zijn diepe zandwinplassen (bijvoorbeeld bij Steenbergen), open gehouden kanalen (bijvoorbeeld Eemskanaal) en de kust (zout water).
Wat betreft de roofvogels geeft de wintertelling een vrij compleet beeld van wat er op dit moment aanwezig is. Behalve de Buizerd werden Sperwer, Blauwe kiekendief en Torenvalk waargenomen, terwijl een dag eerder al de Havik was gezien.
Aandacht voor bijen (21-02-2012)
2012 het Jaar van de Bij
De honingbij is een fascinerend dier. Zij leeft in grote sociale gemeenschappen en vormt volken die vaak meer dan 50.000 individuen tellen. Ondanks deze grote aantallen is het leven van zo’n volk geordend. De organisatie daarvan is uitgebreid bestudeerd. De rondedans die bijen in het nest maken is een vast onderdeel van de biologieles. Op deze wijze communiceren bijen onderling over plaatsen waar voedsel te vinden is. Bijen zijn essentieel voor het bestuiven van planten en gewassen.
Daarnaast kennen we in Nederland zo’n 200 soorten wilde bijen, die in meer of mindere mate solitair leven, waarvan ongeveer de helft in het voortbestaan wordt bedreigd. De wilde honingbij is in Nederland uitgestorven en waarschijnlijk in heel Europa.
De oorzaken van achteruitgang en uitsterven zijn divers. Er is minder voedsel voor bijen, doordat er veel minder bloemen zijn. Bij het voedsel zoeken staan bijen bloot aan bestrijdingsmiddelen. Hierdoor raken ze waarschijnlijk verzwakt en gedesoriënteerd. Daarbij is de sterftekans groter geworden door het oprukken van de Varroamijt, een mijt uit Azië. Tevens zijn er aanwijzingen dat bijen gevoelig zijn voor elektromagnetische straling.
Met het Jaar van de Bij en de website www.jaarvandebij.nl brengt een aantal organisaties de bij onder de aandacht. Met eenvoudige maatregelen kunnen particulieren en bedrijven hun omgeving voor bijen verbeteren.
Blauwe kiekendief (04-01-2012)
Blauwe kiekendief en begrazing gaan prima samen.
Volgens SOVON (Klaassen et al. 2006) is begrazing voor de Blauwe kiekendief een zeer negatieve beheervorm. De directe effecten zijn begrazing en vertrapping van struwelen waardoor de beschikbaarheid van nestplekken afneemt. Indirect wordt het biotoop minder geschikt voor de prooidieren van de Blauwe kiekendief, waardoor het beschikbare voedsel afneemt.
Het onderzoek aan de Blauwe kiekendief wordt gedaan, omdat de populatie op de Nederlandse Wadden in een vrije val is geraakt. De beschuldigende vinger gaat naar de grote grazers die de afgelopen jaren in steeds meer gebieden zijn geïntroduceerd. Toch staat de achteruitgang van de Blauwe kiekendief los van begrazing. De achteruitgang is al langere tijd aan de gang. Begrazing kan wel negatieve effecten hebben, zoals hierboven beschreven. Men kan maatregelen nemen, zonder dat men daarmee de begrazing in de ban doet. Zo kan in veel begraasde gebieden de graasdruk wel omlaag.
Door de extensieve zomerbegrazing op de Groede wordt de onderliggende abiotische heterogeniteit zichtbaar, waar zonder begrazing een eenvormige hoge vegetatie zou hebben gedomineerd.
Een voorbeeld zijn de begrazingsgebieden op Terschelling. De Groede (Boschplaat) is een gebied waar in de zomer traditioneel het jonvee van de Terschellinger boeren graast. Een gebruik dat al lang voor de achteruitgang van de Blauwe kiekendief bestond. De Landerumerheide is sinds 1986 in begrazing genomen met het oog op heideherstel. De piek van de kiekendiefpopulatie lag begin jaren '90. Dit begrazingsgebied is later uitgebreid, maar de Blauwe kiekendief kwam daar toen al niet (meer) voor. Het gebied bij Oosterend is nog maar recent in begrazing. Voorafgaand heeft men er de kruipwilg en duindoornstruwelen vernietigd. Het zijn hier niet de grazers die het biotoop vernietigd hebben, maar de lokale boeren. Een ander gebied bij West aan zee is pas recent in begrazing genomen.
In het onderzoek van SOVON mist de nuance dat prooidieren wel door de kiekendief gevangen moeten kunnen worden. In een vrij homogene, hoge vegetatie kan verwacht worden dat prooidieren nauwelijks te vangen zijn. Dit zou een van de oorzaken van de achteruitgang van de Blauwe kiekendief kunnen zijn. Juist door extensieve begrazing ontstaat er heterogeniteit. Het kan zijn dat begrazing vooral wordt ingezet in vergraste gebieden die voor de Blauwe kiekendief al nauwelijks waarde meer hadden, vanwege de slechte prooibeschikbaarheid. Dan is er een indirect verband tussen begrazing, namelijk dat beheerders pas bereid zijn om begrazing toe te laten als de vergrassing al in vergaande mate is voortgeschreden.
Amfibieën en bosomvorming (08-04-2008)
Amfibieën en bosomvorming
Op het Herperduin heeft bosomvorming plaatsgevonden. Voor werkzaamheden in het kader van bosbeheer geldt de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer. Als gevolg van protesten is de bosomvorming stilgelegd. Na een jaar is besloten tot opruimen van liggende stammen om het publiek tegemoet te komen. De opruimwerkzaamheden vallen niet onder bosbeheer en daarom moet er nu ontheffing aangevraagd worden in verband met de aanwezigheid van de kamsalamander. Een situatie moeilijk te begrijpen is voor het publiek: "ze mogen wel ons bos slopen, maar nu ze dat ongedaan maken mag het niet vanwege de Flora en faunawet". Gelukkig was een fasering mogelijk, omdat de kamsalamander niet overal in het op te ruimen gebied voorkwam. De eerste fase van het opruimen is deze week waarschijnlijk klaar. De tweede fase waarvoor ontheffing nodig is, vindt naar verwachting in het najaar plaats.
Beheer gericht op amfibieën en reptielen (30-04-2007)
Met kleine ingrepen amfibieën en reptielen eenvoudig helpen
Vos Ecologisch Onderzoek werkt aan het beheer gericht op reptielen en amfibieen. Bij het beheer van gebieden wordt vaak onvoldoende rekening gehouden met reptielen en amfibieen. Zo pakten maatregelen gericht op de vegetatie vaak slecht uit voor deze diergroep. Met grootschalig plaggen verdween het leefgebied of door het ineens opzetten van de waterstand in de winter verdronken reptielen en amfibieen simpelweg. Wat geschikt leefgebied is voor deze diergroep is het vaak ook voor andere diergroepen. Dus liften andere diergroepen mee op maatregelen voor amfibieen en reptielen.
.jpg)
Vos Ecologisch Onderzoek heeft in april deelgenomen aan een cursus van RAVON over deze materie. In de zomer heeft Vos Ecologisch Onderzoek een aantal kansen en knelpunten geinventariseerdvoor amfibieën in het Westerkwartier (gebied) ten westen van Groningen.