Voortoets Natura2000 (02-01-2012)

In 2011 heeft Vos Ecologisch Onderzoek 2 keer een uitgebreide Voortoets uitgevoerd voor de Natuurbeschermingswet.

Voor de uitbreiding van het opleidingscentrum Heidebeek nabij Heerde lag de nadruk op de mogelijke verstoring van broedvogels van Natura2000-gebied Veluwe. De locatie ligt aan de grens van het Natura2000-gebied en zowel activiteiten op de locatie als uitloop van de bewoners en bezoekers zouden verstoring kunnen veroorzaken. Toename van stikstofdepositie door een toename van verkeer werd er gecompenseerd door het buiten gebruik nemen van een maisakker op de locatie. Op basis van het gebruik van het opleidingscentrum wordt een toename van verstoring  van de Veluwe verwaarloosbaar geacht.

Op het terrein van aardappelmeelverwerker Rixona in Warffum is een co-vergister in voorbereiding. Dit is een vergistingsinstallatie waarin voor maximaal de helft mest wordt vergist (van de initiatiefnemers), aangevuld met plantaardig materiaal (reststromen van Rixona en andere partijen). Meer informatie over co-vergisting is te vinden op www.ekwadraat.com. Op 3 kilometer afstand ligt de Waddenzee. Met een model is in kaart gebracht hoe stikstof en fosfaat zich verspreiden en tot welke deposities dit leidt in verschillende kwetsbare habitats in de Waddenzee. Deze depositiewaarden zijn afgezet tegen de bekende achtergronddepositie van de stoffen en de kritische depositiewaarden van de habitats. Op basis van de gevonden waarden wordt aantasting van de Waddenzee door de co-vergister uitgesloten.



Herontwikkeling busstation Bolsward (01-01-2012)

In Bolsward heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden in het kader van de herontwikkeling van de Arriva-locatie.
Deze locatie ligt direct aan de oostzijde van het stadscentrum van Bolsward. Vroeger kwam de tram hier aan. Daarvan is de tramremise nog over. Daarna is het lang een busstation geweest. Om de zware bussen uit het centrum te weren, wordt voor de bussen een nieuwe locatie in gebruik genomen. De oude locatie is door zijn strategische ligging aantrekkelijk voor de bouw van winkels en appartementen.

Uitzicht op het busstation
Het busstation met het stadscentrum op de achtergrond

Bij de herontwikkeling wordt het achterliggende terrein betrokken: een campingveld en een bomenlaan. Een deel van de bomen moet bovendien worden gekapt omdat ze op een gasleiding groeien. Bij het ecologisch onderzoek zijn de sloop van de tramremise en het verdwijnen van het groen belangrijke aandachtspunten met het oog op beschermde diersoorten. Naast het ecologisch onderzoek zijn alle bomen geinventariseerd in het kader van de kapverordening.


Het campingterrein met omringend groen



Vleermuisonderzoek (30-11-2010)

Opsporen van vleermuizen.
Vleermuizen zijn een onopvallende diergroep. Ze jagen in het donker. Overdag zitten ze op donkere plekjes in holle bomen, huizen en gebouwen en andere bouwwerken. Ze zitten in woonhuizen zonder dat mensen het door hebben. Ze gebruiken vaak watergangen of singels als vliegroute.

Door hun onopvallende leefwijze zijn vleermuizen kwetsbaar. Voortplantings- en overwinteringsplekken kunnen verdwijnen door sloop of verbouwingen. Vliegroutes kunnen doorbroken worden, zodat ze hun voedselgebieden niet meer kunnen bereiken. Daarom zijn alle vleermuizen in Nederland streng beschermd door de Flora- en faunawet.


Vleermuisonderzoek wordt op verschillende momenten in het jaar uitgevoerd. In het voorjaar wordt onderzoek gedaan naar voortplantingsplekken. In het najaar wordt onderzoek gedaan naar overwinteringsplekken. Tijdens de winter is onderzoek niet mogelijk. Om geen vertraging op te lopen, zal een ecologisch onderzoek dus geen sluitstuk kunnen zijn van planvorming.


Vos Ecologisch Onderzoek voert vleermuisonderzoeken uit, adviseert over mitigatie en compensatie en kan helpen bij ontheffingsprocedures. Zulke projecten zijn bijvoorbeeld uitgevoerd in Delfzijl, Groningen en Marknesse. Voor complexe en grote projecten wordt samengewerkt met specialisten.



Bloemrijke hooilanden (30-05-2009)

Ontwikkelen van botanische soortenrijkdom


Vanuit de (Provinciale) Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (P)SAN is er een aantal beheerpakketten dat specifiek gericht is op de ontwikkeling en instandhouding van botanische waarden in het cultuurlandschap. Daarbij kan gedacht worden aan kruidenrijk grasland, bont hooiland en bonte hooiweide, waarin men het beheer voert in de vorm van maaien en afvoeren van het maaisel, eventueel in combinatie met nabeweiding.

In de avond gefotografeerd hooiland met o.a. Centaurea nigra, Galium palustre, Myosotis palustris, Thalictrum flavum, Lotus corniculatus, Ranunculus acris en Silaum silaus

Vroeger waren bloemrijke hooilanden heel gewoon. Vaak werden graslanden op afstand van de boerderij gebruikt als hooiland: made-, oever- en boezemlanden. Deze graslanden waren bloemrijk onder invloed van natuurlijke processen in combinatie met het constante gebruik als hooiland. Herstel van dergelijke graslanden is een zaak van lange adem. In Nederland is de natuurlijke waterhuishouding echter kapot en de bereidheid om op gebiedsniveau te komen tot herstel is klein.

Om te komen tot een bloemrijk hooiland vanuit een sterk bemest grasland, zal de productie omlaag moeten. Plantensoorten moeten zich steeds opnieuw kunnen vestigen. Wanneer de productie te hoog is, komt er weinig licht op de bodem en groeien open plekken snel dicht. Open plekken waar planten zich kunnen vestigen, ontstaan waar grazers lopen, hun mest deponeren, door activiteit van mollen en muizen, waar langdurig water stagneert, etc.

Dienst Regelingen controleert (P)SAN-pakketten door het aantal plantensoorten per 25m2-vak te tellen in hooilandpercelen. De actuele situatie kan wel eens minder beheersbaar zijn en het soortenaantal achterblijven bij het streefgetal, ondanks het gevoerde beheer. Wordt er voldoende meegewogen dat een dergelijk beheer ook positief uitwerkt op slootranden, oppervlaktewater en de wijdere omgeving?

Met het maaien verdwijnt de vegetatie, hetgeen voor de kleine fauna catastrofaal is. Gefaseerd maaien, waarbij 10 à 20 % van het gewas blijft staan, kan de gevolgen voor de kleine fauna sterk verbeteren, doordat de sterfte verlaagd wordt en gemaaide delen sneller geherkoloniseerd kunnen worden.



Amfibieën en bosomvorming (08-04-2008)

Amfibieën en bosomvorming

Op het Herperduin heeft bosomvorming plaatsgevonden. Voor werkzaamheden in het kader van bosbeheer geldt de Gedragscode Zorgvuldig Bosbeheer. Als gevolg van protesten is de bosomvorming stilgelegd. Na een jaar is besloten tot opruimen van liggende stammen om het publiek tegemoet te komen. De opruimwerkzaamheden vallen niet onder bosbeheer en daarom moet er nu ontheffing aangevraagd worden in verband met de aanwezigheid van de kamsalamander. Een situatie moeilijk te begrijpen is voor het publiek: "ze mogen wel ons bos slopen, maar nu ze dat ongedaan maken mag het niet vanwege de Flora en faunawet". Gelukkig was een fasering mogelijk, omdat de kamsalamander niet overal in het op te ruimen gebied voorkwam. De eerste fase van het opruimen is deze week waarschijnlijk klaar. De tweede fase waarvoor ontheffing nodig is, vindt naar verwachting in het najaar plaats.