Hondsrug (02-01-2012)

De Hondsrug heeft een hoge natuurwaarde, niet alleen lokaal maar ook regionaal.
De stuwwal loopt vanaf Emmen tot aan de Grote markt in Groningen. De lopers van de 4 mijl van Haren naar Groningen merken dat ze vlak voor de finish nog moeten stijgen in de Herestraat. Het hoogste punt van Drenthe ligt bij Emmen op de Hondsrug. Water dat vanaf de stuwwal zowel over als onder grond afstroomt, voedt de beekdalen van de Hunze in het noordoosten en de Drentse Aa in het zuidwesten. Deze waterbewegingen geven de beken hun hoge natuurwaarden.

De Hondsrug bij Annen
De Hondsrug bij Annen. Hier is in 2011 een ecologische quickscan uitgevoerd in het kader van de sloop en nieuwbouw van een woning.

In 2011 en 2012 werken Tonckens Ecologie en Vos Ecologisch Onderzoek samen voor het Comite Regio Groningen-Haren om de natuurwaarden van het gebied tussen Groningen en Haren (het "Tussengebied") in kaart te brengen. Dit gebied heeft een groen karakter met veel oorspronkelijke natuurlijke en cultuurhistorische elementen. Deze zijn opgenomen in de huidige landschappelijke structuur, met allerlei instituten, sportvelden, etc. Tien jaar geleden dreigde er de aanleg van een snelweg dwars door het gebied, die met succes is bestreden. Tegenwoordig is woningbouw de belangrijkste bedreiging. Allerlei functies verdwijnen, zoals het Biologisch Centrum van de RUG, sportvelden, etc. Hierdoor komen gronden beschikbaar voor projectontwikkelaars. Hoewel er landschappelijke plannen liggen die de unieke waarden van het gebied moeten beschermen door randvoorwaarden te stellen, blijken in de praktijk vooral aantallen woningen te tellen. Hierdoor dreigt het Tussengebied zijn groene karakter te verliezen. Met de inventarisatie wil het Comite de natuurlijke waarden van het gebied opnieuw onder de aandacht brengen van de gemeente, bewoners en gebruikers van het gebied, om de toekomst ervan veilig te stellen.


De Bosaardbei, een soort van de Rode Lijst. Deze is in 2011 bij een ecologische quickscan aangetroffen in het openbaar groen van Zuidlaren. Het is een soort die thuishoort op de Hondsrug, maar die op deze plaats door uitplanten terecht zou kunnen zijn gekomen.

De Hondsrug is ook een belangrijk gebied voor bijzondere amfibieen en reptielen. De Kamsalamander en de Knoflookpad komen op de zuidelijke Hondsrug voor. De Hazelworm en de Zandhagedis komen verspreid op de Hondsrug voor (WARD 2010). De provinciale weg N34 versnippert verschillende (potentiele) leefgebieden. Onder deze weg liggen faunatunnels, maar voor reptielen en amfibieen zijn ze weinig geschikt. 



Berm- en slootkarteringen (20-12-2011)

In het agrarisch landschap concentreren de natuurwaarden zich in de bermen en sloten.

In de laagveengebieden hebben sloten meestal de hoogste natuurwaarden. De sloten staan dan onder invloed van opwellend grondwater. Hierdoor heeft het slootwater een goede kwaliteit en slaat fosfaat (een vermestende stof) neer, waardoor planten het niet meer kunnen opnemen. In Noordwest Overijssel zijn bijvoorbeeld sloten gekarteerd die zeer rijk zijn aan waterplanten, ondanks de intensieve bemesting van de graslanden. Er komen vegetaties voor met Kikkerbeet, Egelskop en Pijlkruid, Smalle en Brede waterpest en soorten van het Waterlelieverbond. Ook grote zeggen komen regelmatig voor. Op sommige plaatsen zijn er brakke invloeden.


Veenreukgras in de Lettelbertpetten (Groningen)
Veenreukgras, een grassoort van de Rode Lijst die relatief vroeg bloeit

Op de hogere zandgronden vallen de sloten en greppels in de zomer meestal droog en is er vaak geen sprake van een slootvegetatie. De bermen zijn dan vaak van meer waarde. De taluds staan bloot aan verdroging en uitspoeling. Hier kunnen (hei)schrale graslandsoorten worden aangetroffen. Veel voorkomend op schrale taluds zijn vegetaties van Biggenkruid en Schapenzuring. Zulke bermen zijn bijvoorbeeld gekarteerd in de omgeving van Coevorden.

Berm met Biggenkruid en Schapenzuring nabij Ommen
Vegetatie met Biggenkruid, Schapenzuring en Smalle weegbree

Een aparte categorie zijn de bermen langs snelwegen en provinciale wegen. Kartering van soorten en vegetaties heeft plaatsgevonden langs de A7, A28, A50, A59 en de N33. De eerste strook langs het asfalt wordt vaak gemaaid en staat onder invloed van pekel, zodat daar een storingsvegetatie met bijvoorbeeld Deens lepelblad voorkomt. Daarnaast ligt een brede zone waar in de meeste gevallen al gedurende langere tijd een verschralend beheer plaatsvindt. Bijzondere flora en vegetaties blijken vooral voor te komen ter hoogte van natuurgebieden. Soms echter kennen ook sloottaluds in een agrarische omgeving bijzondere soorten of vegetaties.



De Noordelijke Friese Wouden (04-01-2010)

Natuurwaarden in kleinschalig, besloten landschap.
In de Noordelijke Friese wouden zijn ecologische quickscans uitgevoerd in Broeksterwoude, Drachtstercompagnie, Drogeham, Harkema, Houtigehage, Kootstertille en Surhuizum.

De Noordelijke Friese wouden zijn een uitloper van het Drents Plateau ten noorden van de A7 Groningen-Drachten. Dit is een voormalig hoogveenlandschap dat naar de randen overging in laagvenen en moerassen. De strokenverkaveling die op veel plaatsen nog aanwezig is, verraadt nog de vroegere aanwezigheid van het veen. Na de ontginning van de hoogvenen, veranderden grote gebieden in heide. De bewoners leidden er een hard bestaan, wat terug te zien is in de kleine boerderijtjes. Door bodemaanpassing en aanvoer van kunstmest is de situatie voor de landbouw in de 20e eeuw sterk verbeterd.

Karakteristiek boerderijtje in de Noordelijke Friese Wouden
Voor veel boerderijtjes rest niets anders dan sloop. Op dit soort plaatsen kunnen vleermuizen, vogels en marterachtigen verwacht worden. 

Bijzondere natuurwaarden zijn er met name door de grote dichtheid van landschapselementen, zoals elzensingels en poelen. Deze bieden plek aan veel planten en diersoorten. In de laagten en aan de randen van het woudengebied treedt grondwater uit en komen bijzondere natuurwaarden voor die samenhangen met kwel.

Met name op het gebied van waterhuishouding liggen er kansen. Nu is het zo dat er in de zomer veel sloten droogvallen. Het water stroomt voornamelijk in de winter, als het neerslagoverschot groot is en bij zware regenval. De sloten en greppels zijn vrij eentonig en slibben dicht door bladval, waarna ze weer open gegraven worden. Wat betreft waterplanten en waterdieren hebben deze sloten en greppels weinig waarde. Nieuwe, meer continue stroming, kan een forse impuls geven aan de natuurwaarden van het woudengebied. De Friese wouden zouden weer een waterrijk gebied moeten worden. Nodig is, dat het overgedimensioneerde systeem van sloten en greppels wordt aangepast. Hierdoor kan in natte perioden water worden vastgehouden, dat in drogere perioden vertraagd vrijkomt.

De Noordelijke Friese Wouden zijn een nationaal landschap. Men ziet de verkaveling als één van de kernkwaliteiten. Het systeem van greppels dat vroeger nodig was om het gebied leefbaar te maken, draagt nu bij aan de droogte in het gebied. Door het staken van onderhoud en door op strategische plaatsen de greppels ondieper te maken, kan de cultuurhistorische structuur zichtbaar blijven, terwijl ook de natuurlijke toestand sterk kan verbeteren.



Opruimplan Herperduin (11-02-2008)

Opruimplan Herperduin

Het Nederlandse bos is op enkele uitzonderingen na kunstmatig. De bomen zijn vaak in vakken of rijen geplant, ongeveer van gelijke leeftijd en vaak een mengsel van enkele soorten. De genetische variatie is beperkt omdat er door de kwekers selectie heeft plaatsgevonden. Ook bestaat veel bos uit exoten (bijvoorbeeld Douglasspar).

Natuurtechnische bosomvorming wordt uitgevoerd om de variatie te vergroten. Er mogen naast levende ook dode bomen in het bos staan. Bomen mogen staan, hangen en liggen. Bomen die omgetrokken in plaats van omgezaagd worden, worden met wortel en al uit de grond gerukt. De wortelkluit steekt dan uit de grond en op die plek ontstaat een kuil. Bij natuurtechnische bosomvorming wordt beoogd het aandeel exoten te verkleinen. Als resultaat ontstaat er in korte tijd een bos met veel variatie en veel meer openheid dan er was.

Op het Herperduin zag het publiek geen bosomvorming, maar ravage. Een paar jaar met dat beeld leven, totdat de omgevallen bomen overgroeid waren, zag men niet zitten. Met een opruimplan worden op een aantal locaties alle liggende bomen afgevoerd. Daarmee is het publiek een factor van belang die naar gelang voorlichting en kennisniveau een belangrijke invloed kan hebben op natuurbeheer.



Wild zwijn nog steeds sterk bestreden (14-01-2008)

Wild zwijn nog steeds sterk bestreden

Buiten de Meinweg (Limburg) en de Veluwe komen geen wilde zwijnen voor. Althans, volgens het Nederlandse faunabeleid. Buiten deze gebieden geldt een nulstandbeleid. Dat betekent dat alle wilde zwijnen daar worden afgeschoten.

Het wilde zwijn is een alleseter. Zijn neus is een wroetschijf waarmee hij de bodem omwoelt, op zoek naar voedsel. Daarmee bevordert hij de strooiselvertering en creëert hij geschikte kiemplekken voor allerlei plantensoorten. Hij ontbreekt in de meeste Nederlandse natuurgebieden. Daarmee mist een structuurvormer.

Vanwege zijn werkwijze is hij niet geliefd bij boeren en tuinenbezitters. De afgelopen winter zijn wilde zwijnen op de Veluwe veel in het nieuws geweest. Incidenten worden sterk uitgemeten. Verkeersveiligheid is heilig in Nederland, zolang de overheid de verantwoordelijkheid maar neemt. De angst voor schadeclaims van burgers bepaalt in zulke gevallen het faunabeleid.

Dat de stand zo hoog is, is een gevolg van bijvoeren. De Veluwe mag Nederlands grootste natuurgebied (op land) zijn, met zijn rasters en onnatuurlijk populatiebeheer is de natuurlijkheid maar beperkt. Vanwege de jacht is de zichtbaarheid van wild voor het publiek minimaal.

Ondertussen lopen de wilde zwijnen vanuit Duitsland gewoon ons land binnen. Bestaande en nieuwe natuurgebieden bieden voldoende ruimte voor allerlei groot wild. Behalve het wild zwijn zijn dat bijvoorbeeld edelhert, damhert en op termijn de wisent. Als het nulstandbeleid wordt verlaten, zal er in bijvoorbeeld het Drents-Friese wold al snel een populatie van wilde zwijnen kunnen ontstaan. De aangewezen instanties om dit onderwerp aan de orde te stellen, de natuurbeschermingsorganisaties, blijven tot nu toe angstvallig stil. Terwijl het zien van groot wild juist voor het publiek een belangrijke dimensie van natuurbeleving met zich meebrengt.