Plantenonderzoek in februari (03-01-2012)
Hoe werkt een ecologische quickscan?"Hoe zit het met het onderzoek naar planten in februari, dat is merkwaardig". Naar aanleiding van de Voortoets die in Warffum is uitgevoerd, kwamen er veel inspraakreacties. Een aantal omwonenden wil geen co-vergister bij de bestaande aardappelmeel verwerkende fabriek. En dus werd de Voortoets helemaal uitgespit door de insprekers. Het daagt uit om bij een volgend rapport bepaalde onderwerpen uitgebreider te beschrijven.
De vraag hoe je planten in de winter kunt onderzoeken wordt vaker gesteld. Voor een nauwkeurig beeld van de plantengroei van een gebied is het nodig om het op meerdere momenten van het jaar tijdens het groeiseizoen te bezoeken. In het voorjaar voor de vroege bloeiers, in de voorzomer voor de meeste soorten, maar met name de grassen die dan goed te vinden en te herkennen zijn. En in de nazomer nog een keer.
Zo'n onderzoek wordt in een ecologische quickscan niet gevraagd. Strikt genomen wordt eigenlijk alleen gevraagd of beschermde soorten, in dit geval plantensoorten, aangetast worden door de werkzaamheden die men wil uitvoeren. De vraag is dus of er beschermde soorten voorkomen en of er effecten van de werkzaamheden zijn op deze soorten. De plantensoorten waar het bij de quickscan om gaat, betreffen een beperkte lijst aan soorten. Op verschillende manieren kunnen de soorten op deze lijst worden uitgesloten:
1) Van een deel van de soorten is de verspreiding in Nederland goed bekend. Ze komen bijvoorbeeld alleen maar in de duinen voor. Of alleen maar Zuid-Limburg. Deze soorten kun je uitsluiten als je niet in de duinen of in Zuid-Limburg bent.
2) Een deel van de soorten komt alleen onder specifieke omstandigheden voor, bijvoorbeeld in schrale, open vegetaties. Ook in de winter is nog wel onderscheiden wat de aard van de vegetatie is. Op verstoorde, voedselrijke grond kunnen veel schrale soorten worden uitgesloten.
3) Kennis van en ervaring met plantensoorten: er blijft een aantal soorten over waarvan de vraag beantwoord moet worden of ze er voorkomen. In een kleigebied zou je bijvoorbeeld Zwanenbloem kunnen verwachten. Bij het veldbezoek blijkt echter dat de greppels maar een klein beetje water voeren en 's zomers waarschijnlijk droog staan. De greppelvegetatie bestaat uit Fioringras en Mannagras. Het is een greppel met een vaste bodem, geen verlandingsvegetatie. Alle omstandigheden bij elkaar maken dat Zwanenbloem kan worden uitgesloten op basis van kennis van en ervaring met de soort.
Wanneer beschermde soorten (van Tabel 2 en 3 van de Flora- en faunawet) niet kunnen worden uitgesloten, dan zal er een aanvullend onderzoek in de juiste periode moeten plaatsvinden.
Los van de beschermde soorten wordt bij de quickscan ook de vraag gesteld: dreigt hier een bijzondere vegetatie verloren te gaan? Of is er sprake van bijzondere milieukwaliteiten of potenties. Is er sprake van Rode-Lijstsoorten? Met welke dingen zou de opdrachtgever rekening moeten houden om zorgvuldig met de natuurlijke waarden om te gaan.
Berm- en slootkarteringen (20-12-2011)
In het agrarisch landschap concentreren de natuurwaarden zich in de bermen en sloten.In de laagveengebieden hebben sloten meestal de hoogste natuurwaarden. De sloten staan dan onder invloed van opwellend grondwater. Hierdoor heeft het slootwater een goede kwaliteit en slaat fosfaat (een vermestende stof) neer, waardoor planten het niet meer kunnen opnemen. In Noordwest Overijssel zijn bijvoorbeeld sloten gekarteerd die zeer rijk zijn aan waterplanten, ondanks de intensieve bemesting van de graslanden. Er komen vegetaties voor met Kikkerbeet, Egelskop en Pijlkruid, Smalle en Brede waterpest en soorten van het Waterlelieverbond. Ook grote zeggen komen regelmatig voor. Op sommige plaatsen zijn er brakke invloeden.
Veenreukgras, een grassoort van de Rode Lijst die relatief vroeg bloeit
Op de hogere zandgronden vallen de sloten en greppels in de zomer meestal droog en is er vaak geen sprake van een slootvegetatie. De bermen zijn dan vaak van meer waarde. De taluds staan bloot aan verdroging en uitspoeling. Hier kunnen (hei)schrale graslandsoorten worden aangetroffen. Veel voorkomend op schrale taluds zijn vegetaties van Biggenkruid en Schapenzuring. Zulke bermen zijn bijvoorbeeld gekarteerd in de omgeving van Coevorden.
Vegetatie met Biggenkruid, Schapenzuring en Smalle weegbree
Een aparte categorie zijn de bermen langs snelwegen en provinciale wegen. Kartering van soorten en vegetaties heeft plaatsgevonden langs de A7, A28, A50, A59 en de N33. De eerste strook langs het asfalt wordt vaak gemaaid en staat onder invloed van pekel, zodat daar een storingsvegetatie met bijvoorbeeld Deens lepelblad voorkomt. Daarnaast ligt een brede zone waar in de meeste gevallen al gedurende langere tijd een verschralend beheer plaatsvindt. Bijzondere flora en vegetaties blijken vooral voor te komen ter hoogte van natuurgebieden. Soms echter kennen ook sloottaluds in een agrarische omgeving bijzondere soorten of vegetaties.
De Noordelijke Friese Wouden (04-01-2010)
Natuurwaarden in kleinschalig, besloten landschap.In de Noordelijke Friese wouden zijn ecologische quickscans uitgevoerd in Broeksterwoude, Drachtstercompagnie, Drogeham, Harkema, Houtigehage, Kootstertille en Surhuizum.
De Noordelijke Friese wouden zijn een uitloper van het Drents Plateau ten noorden van de A7 Groningen-Drachten. Dit is een voormalig hoogveenlandschap dat naar de randen overging in laagvenen en moerassen. De strokenverkaveling die op veel plaatsen nog aanwezig is, verraadt nog de vroegere aanwezigheid van het veen. Na de ontginning van de hoogvenen, veranderden grote gebieden in heide. De bewoners leidden er een hard bestaan, wat terug te zien is in de kleine boerderijtjes. Door bodemaanpassing en aanvoer van kunstmest is de situatie voor de landbouw in de 20e eeuw sterk verbeterd.
Voor veel boerderijtjes rest niets anders dan sloop. Op dit soort plaatsen kunnen vleermuizen, vogels en marterachtigen verwacht worden.
Bijzondere natuurwaarden zijn er met name door de grote dichtheid van landschapselementen, zoals elzensingels en poelen. Deze bieden plek aan veel planten en diersoorten. In de laagten en aan de randen van het woudengebied treedt grondwater uit en komen bijzondere natuurwaarden voor die samenhangen met kwel.
Met name op het gebied van waterhuishouding liggen er kansen. Nu is het zo dat er in de zomer veel sloten droogvallen. Het water stroomt voornamelijk in de winter, als het neerslagoverschot groot is en bij zware regenval. De sloten en greppels zijn vrij eentonig en slibben dicht door bladval, waarna ze weer open gegraven worden. Wat betreft waterplanten en waterdieren hebben deze sloten en greppels weinig waarde. Nieuwe, meer continue stroming, kan een forse impuls geven aan de natuurwaarden van het woudengebied. De Friese wouden zouden weer een waterrijk gebied moeten worden. Nodig is, dat het overgedimensioneerde systeem van sloten en greppels wordt aangepast. Hierdoor kan in natte perioden water worden vastgehouden, dat in drogere perioden vertraagd vrijkomt.
De Noordelijke Friese Wouden zijn een nationaal landschap. Men ziet de verkaveling als één van de kernkwaliteiten. Het systeem van greppels dat vroeger nodig was om het gebied leefbaar te maken, draagt nu bij aan de droogte in het gebied. Door het staken van onderhoud en door op strategische plaatsen de greppels ondieper te maken, kan de cultuurhistorische structuur zichtbaar blijven, terwijl ook de natuurlijke toestand sterk kan verbeteren.
Opruimplan Herperduin (11-02-2008)
Opruimplan HerperduinHet Nederlandse bos is op enkele uitzonderingen na kunstmatig. De bomen zijn vaak in vakken of rijen geplant, ongeveer van gelijke leeftijd en vaak een mengsel van enkele soorten. De genetische variatie is beperkt omdat er door de kwekers selectie heeft plaatsgevonden. Ook bestaat veel bos uit exoten (bijvoorbeeld Douglasspar).
Natuurtechnische bosomvorming wordt uitgevoerd om de variatie te vergroten. Er mogen naast levende ook dode bomen in het bos staan. Bomen mogen staan, hangen en liggen. Bomen die omgetrokken in plaats van omgezaagd worden, worden met wortel en al uit de grond gerukt. De wortelkluit steekt dan uit de grond en op die plek ontstaat een kuil. Bij natuurtechnische bosomvorming wordt beoogd het aandeel exoten te verkleinen. Als resultaat ontstaat er in korte tijd een bos met veel variatie en veel meer openheid dan er was.
Op het Herperduin zag het publiek geen bosomvorming, maar ravage. Een paar jaar met dat beeld leven, totdat de omgevallen bomen overgroeid waren, zag men niet zitten. Met een opruimplan worden op een aantal locaties alle liggende bomen afgevoerd. Daarmee is het publiek een factor van belang die naar gelang voorlichting en kennisniveau een belangrijke invloed kan hebben op natuurbeheer.
Wild zwijn nog steeds sterk bestreden (14-01-2008)
Wild zwijn nog steeds sterk bestredenBuiten de Meinweg (Limburg) en de Veluwe komen geen wilde zwijnen voor. Althans, volgens het Nederlandse faunabeleid. Buiten deze gebieden geldt een nulstandbeleid. Dat betekent dat alle wilde zwijnen daar worden afgeschoten.
Het wilde zwijn is een alleseter. Zijn neus is een wroetschijf waarmee hij de bodem omwoelt, op zoek naar voedsel. Daarmee bevordert hij de strooiselvertering en creëert hij geschikte kiemplekken voor allerlei plantensoorten. Hij ontbreekt in de meeste Nederlandse natuurgebieden. Daarmee mist een structuurvormer.
Vanwege zijn werkwijze is hij niet geliefd bij boeren en tuinenbezitters. De afgelopen winter zijn wilde zwijnen op de Veluwe veel in het nieuws geweest. Incidenten worden sterk uitgemeten. Verkeersveiligheid is heilig in Nederland, zolang de overheid de verantwoordelijkheid maar neemt. De angst voor schadeclaims van burgers bepaalt in zulke gevallen het faunabeleid.
Dat de stand zo hoog is, is een gevolg van bijvoeren. De Veluwe mag Nederlands grootste natuurgebied (op land) zijn, met zijn rasters en onnatuurlijk populatiebeheer is de natuurlijkheid maar beperkt. Vanwege de jacht is de zichtbaarheid van wild voor het publiek minimaal.
Ondertussen lopen de wilde zwijnen vanuit Duitsland gewoon ons land binnen. Bestaande en nieuwe natuurgebieden bieden voldoende ruimte voor allerlei groot wild. Behalve het wild zwijn zijn dat bijvoorbeeld edelhert, damhert en op termijn de wisent. Als het nulstandbeleid wordt verlaten, zal er in bijvoorbeeld het Drents-Friese wold al snel een populatie van wilde zwijnen kunnen ontstaan. De aangewezen instanties om dit onderwerp aan de orde te stellen, de natuurbeschermingsorganisaties, blijven tot nu toe angstvallig stil. Terwijl het zien van groot wild juist voor het publiek een belangrijke dimensie van natuurbeleving met zich meebrengt.
Het wilde zwijn is een alleseter. Zijn neus is een wroetschijf waarmee hij de bodem omwoelt, op zoek naar voedsel. Daarmee bevordert hij de strooiselvertering en creëert hij geschikte kiemplekken voor allerlei plantensoorten. Hij ontbreekt in de meeste Nederlandse natuurgebieden. Daarmee mist een structuurvormer.
Vanwege zijn werkwijze is hij niet geliefd bij boeren en tuinenbezitters. De afgelopen winter zijn wilde zwijnen op de Veluwe veel in het nieuws geweest. Incidenten worden sterk uitgemeten. Verkeersveiligheid is heilig in Nederland, zolang de overheid de verantwoordelijkheid maar neemt. De angst voor schadeclaims van burgers bepaalt in zulke gevallen het faunabeleid.
Dat de stand zo hoog is, is een gevolg van bijvoeren. De Veluwe mag Nederlands grootste natuurgebied (op land) zijn, met zijn rasters en onnatuurlijk populatiebeheer is de natuurlijkheid maar beperkt. Vanwege de jacht is de zichtbaarheid van wild voor het publiek minimaal.
Ondertussen lopen de wilde zwijnen vanuit Duitsland gewoon ons land binnen. Bestaande en nieuwe natuurgebieden bieden voldoende ruimte voor allerlei groot wild. Behalve het wild zwijn zijn dat bijvoorbeeld edelhert, damhert en op termijn de wisent. Als het nulstandbeleid wordt verlaten, zal er in bijvoorbeeld het Drents-Friese wold al snel een populatie van wilde zwijnen kunnen ontstaan. De aangewezen instanties om dit onderwerp aan de orde te stellen, de natuurbeschermingsorganisaties, blijven tot nu toe angstvallig stil. Terwijl het zien van groot wild juist voor het publiek een belangrijke dimensie van natuurbeleving met zich meebrengt.