Op zoek naar de Patrijs (22-12-2011)

De Patrijs in de provincie Groningen

Avifauna Groningen heeft 2010 uitgeroepen tot het jaar van de Patrijs. Donderdag 11 februari 2010 was er in dit kader een lezing door Ben Koks. Koks is bekend geworden door zijn inzet voor de bescherming van de Grauwe kiekendief in Oost-Groningen. Hij weet boeren te enthousiasmeren om akkerranden te beheren als leefgebied voor de Grauwe kiekendief. Meer informatie over dit werk is te vinden op www.grauwekiekendief.nl.


In het kielzog van de Grauwe kiekendief profiteren allerlei andere akkervogels. De Patrijs profiteert bijvoorbeeld van akkerranden die na één of twee jaar zeer kruidenrijk zijn. Na vijf of zes jaar vergrassen de akkerranden en verdwijnt hij weer. Dit is typisch voor een akkersoort: het biotoop moet door het omwoelen van de bodem steeds weer vernieuwd worden.


De Patrijs is lastig om te zien. De lage dichtheid waarin de Patrijs tegenwoordig voorkomt, vormt een probleem bij het schatten volgens de gebruikelijke methode (BMP). Met het oog op het beter en efficiënter tellen van akkervogels is het Meetnet Agrarische Soorten (MAS) ingesteld. De huidige populatie van de Patrijs in Groningen bedraagt volgens SOVON 200 broedparen. Hieronder wordt de kansenkaart van SOVON voor de Patrijs weergegeven. Ben Koks verwacht vooraf dat het aantal patrijzen hoger is en de aandacht die er in 2010 is voor deze soort zal waarschijnlijk veel nieuwe feiten opleveren.


SOVON Kansenkaart Patrijs met waarnemingen Avifauna Groningen 2010


In totaal zijn in 2010 in de provincie Groningen 296 waarnemingen van de Patrijs gemeld via Avifauna Groningen. Duidelijk komt naar voren dat de Patrijs vooral ten oosten van Groningen en ten zuiden van het Eemskanaal voorkomt. Opvallend is de concentratie aan patrijzen in de Eemshaven. Hier komen naar schatting meer dan 20 broedparen voor, waarmee de locatie op de kansenkaart groen gekleurd zou moeten worden. Ook in Dollardpolders en op de klei van noordwest Groningen kan de kaart mogelijk verder worden ingekleurd.


Totaal kan het aantal broedparen op basis van de waarnemingen van 2010 geschat worden op 100. Wat dat betreft lijkt de schatting van SOVON niet te laag. Kanttekening is dat in de Eemshaven veel naar vogels wordt gekeken, terwijl dat in grote delen van de provincie niet het geval is. Opvallend is dat in sommige gebieden Patrijzen alleen buiten de broedperiode zijn gezien. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen wat hier de broeddichtheid is. Op basis van de winterwaarnemingen kan een hoger aantal broedparen worden geschat, maar ze geven voor alsnog geen aanleiding voor een hogere schatting dan die van SOVON.  



Overwinterende vleermuizen in Groningen (16-02-2008)

Overwinterende vleermuizen in Groningen

Groningen is niet zo rijk aan vleermuizen. Dat geldt ook voor overwinteringsplekken. Samen met andere belangstellenden werden verschillende objecten in en rond Groningen geteld. Dikke muren met spleten kunnen een geschikte overwinteringsplek opleveren, doordat de muren vochtig zijn. Gewelven waar grondwater staat, hebben vaak een constant klimaat waarin vleermuizen niet kunnen bevriezen of uitdrogen. Sommige objecten bleken leeg te zijn, terwijl er andere jaren wel vleermuizen zaten.



Wild zwijn nog steeds sterk bestreden (14-01-2008)

Wild zwijn nog steeds sterk bestreden

Buiten de Meinweg (Limburg) en de Veluwe komen geen wilde zwijnen voor. Althans, volgens het Nederlandse faunabeleid. Buiten deze gebieden geldt een nulstandbeleid. Dat betekent dat alle wilde zwijnen daar worden afgeschoten.

Het wilde zwijn is een alleseter. Zijn neus is een wroetschijf waarmee hij de bodem omwoelt, op zoek naar voedsel. Daarmee bevordert hij de strooiselvertering en creëert hij geschikte kiemplekken voor allerlei plantensoorten. Hij ontbreekt in de meeste Nederlandse natuurgebieden. Daarmee mist een structuurvormer.

Vanwege zijn werkwijze is hij niet geliefd bij boeren en tuinenbezitters. De afgelopen winter zijn wilde zwijnen op de Veluwe veel in het nieuws geweest. Incidenten worden sterk uitgemeten. Verkeersveiligheid is heilig in Nederland, zolang de overheid de verantwoordelijkheid maar neemt. De angst voor schadeclaims van burgers bepaalt in zulke gevallen het faunabeleid.

Dat de stand zo hoog is, is een gevolg van bijvoeren. De Veluwe mag Nederlands grootste natuurgebied (op land) zijn, met zijn rasters en onnatuurlijk populatiebeheer is de natuurlijkheid maar beperkt. Vanwege de jacht is de zichtbaarheid van wild voor het publiek minimaal.

Ondertussen lopen de wilde zwijnen vanuit Duitsland gewoon ons land binnen. Bestaande en nieuwe natuurgebieden bieden voldoende ruimte voor allerlei groot wild. Behalve het wild zwijn zijn dat bijvoorbeeld edelhert, damhert en op termijn de wisent. Als het nulstandbeleid wordt verlaten, zal er in bijvoorbeeld het Drents-Friese wold al snel een populatie van wilde zwijnen kunnen ontstaan. De aangewezen instanties om dit onderwerp aan de orde te stellen, de natuurbeschermingsorganisaties, blijven tot nu toe angstvallig stil. Terwijl het zien van groot wild juist voor het publiek een belangrijke dimensie van natuurbeleving met zich meebrengt.